Breuklijn

Daniel Buren – Een fresco

daniel buren

 

Als vijftienjarige werd ik tijdens een schoolreis in Parijs heel het Louvre rondgeleid en ook nog eens getrakteerd op de moderne kunst van Centre Pompidou. Maar echte schoonheid ervoer ik pas in de binnentuin van Palais Royal. Gezeten op een gestreepte zuil van Daniël Buren maakte de vermoeidheid van al dat moeten kijken plaats voor het genot van kijken naar kunst.

Ik ervaar opnieuw dit tijdloze gevoel als ik in Bozar de eerste zaal van de tentoonstelling van Daniël Buren binnenga. Zijn kenmerkende verticale strepen leiden het oog van het ene naar het andere witte vlak. Deze witte vlakken zijn lege afdrukken van de kunstwerken die verderop worden getoond. Het zijn allemaal werken van kunstenaars die hem hebben geïnspireerd. Ze hangen volledig willekeurig zodat ze allemaal evenveel kans maken om je aandacht te vangen.

In deze prachtige expo waar kunst wordt aangeboden en niet wordt opgedrongen, begin je automatisch je eigen verbanden te leggen. Twee uur na de expo zijn er verschillende werken en kunstenaars die naar mijn aandacht dingen. Op het moment dat ik dit schrijf is het Pollock die ik hoog tegen de muur zie hangen. Ik zie vooral de kunstenaar die voorovergebogen over een tegen de grond gelegen doek energiek en krachtig zijn drippings aanbrengt. Starend in de lucht struikel ik over één van de tegels van Carl Andre. Deze minimalist moest niets hebben van het hoogdravend abstract expressionisme en wilde mensen verwonderen met niets anders dan de schoonheid van industriële materialen. Het is fantastisch om turend naar Pollock over de tegels van Carl Andre van de ene naar de andere zaal te wandelen.

Richard Long hield het bij natuurwandelingen. Maar als kunstenaar kon hij het niet laten om willekeurig aangespoelde takken of stenen als een harmonieus geheel te tonen. Penone gaat andersom te werk en transformeert door de mens gemaakte producten opnieuw in hun natuurlijke staat. Uit een lange en dikke houten balk zal hij terug een boom tevoorschijn halen.

Ook Bernd en Hilla Becher tonen de strijd tussen de natuur en de mens. In hun foto’s van oude industriële gebouwen zal het door het beton heen groeiende gras niet lang op zich laten wachten. Dit gevoel van vergankelijkheid en verlies wordt door goede kunst getoond, de beste kunst vormt daar een remedie tegen. Zowel de glazen iglo van Mario Merz, de sculptuur van Anish Kapoor en de tentoonstelling van Daniël Buren verbeelden imaginaire plaatsen waar het altijd heerlijk schuilen en vertoeven is.

mario merz

Ik speel Haydn na een zwarte dag
en voel een simpele warmte in mijn handen.

De toetsen zijn willig. Milde hamers slaan.
De klank is groen, levendig en kalm.

De klank zegt dat de vrijheid bestaat
en dat iemand de keizer geen belasting betaalt.

Ik steek mijn handen diep in mijn haydnzakken
en doe als iemand die de wereld in alle rust aanschouwt.

Ik hijs de haydnvlag – dat betekent:
‘Wij geven ons niet over. Maar willen vrede.’

De muziek is een glazen huis op de helling
waar stenen rondvliegen, stenen rollen.

En de stenen rollen er dwars doorheen
maar iedere ruit blijft heel.

Allegro – Tomas Tranströmer

Het is december. De lelijkheid kruipt het straatbeeld weer binnen. Kerstbomen schitteren, lichtslingers kronkelen en kerstmannen hangen.

Als daad van rebellie toon ik mijn kunstwerken de komende maand aan deze muur. Ik heb ze niet gekocht, maar ze zijn van mij omdat hun kleur, vorm, lijn of idee vaak in mij overgegaan tot klank, blik of gebaar.

Banksy

 

Geïnspireerd door deze afbeelding van Banksy ben ik vorig jaar op een lentenacht op stap gegaan met enkele grote zakken bloemzaad. De volgende ochtend was al het openbare zand in Pulderbos ermee bedekt. Het moet de mensen zijn opgevallen toen ze ‘s ochtends op hun sloffen de krant uit de brievenbus gingen halen. Maar de gehoopte bloemen en kleuren zijn nooit uit de bruine bodem naar boven gekomen. Banksy is bedrevener. Gewapend met zijn graffitibus bedekt hij troosteloze gebouwen of buurten met zijn speelse rebellie.

 

ThomasHirschhornTooToo-MuchMuch

Ik heb een kast vol goede ideeën. Ze staan in kleine boekjes neergeschreven. Je kent ze wel: de eerste pagina’s duidelijk en helder, maar naar het einde toe slordiger, groter geschreven en een tiental lege pagina’s. In mijn boekje van 2010 stond bij geplande activiteiten  ‘too too much much’ van Thomas Hirschhorn in museum Dhondt – Dhaenen. Hij had het museum van de vaste collectie ontdaan en volgepropt met drankblikjes. Fantastisch om er door te lopen, vaak gevaarlijk struikelend. Na een tijdje begon de stank er mij de adem te ontnemen en kreeg ik een drukkende hoofdpijn. Bovendien was mijn ideeënboekje uit mijn zak gevallen en ergens onder de massa verdwenen. Moe, uitgeblust en slap heb ik het zonder te zoeken achtergelaten in de stinkende plakkerige massa. Benieuwd of ik het bespreken van mijn vijftig favoriete kunstwerk volhoud. Of zal het ook ergens onafgewerkt verdwijnen tussen schoolwerk, kerstdiners, drinkgelag en tijdverschijt?

Middelheimmuseum - Rik Wouters - Het zotte geweld - 1912

Met haar vreugdedans geeft ‘het zotte geweld’ van Rik Wouters me iedere keer een energiestoot als ik het Middelheimpark binnenwandel. Haar levenskreet hoor ik wekelijks, als ik opgesloten in een file of te drukke week overweeg om nog eens mijn favoriete plek te bezoeken.

And she moves among the sparrows
And she floats upon the breeze
She moves among the flowers
She moves something deep inside of me

Nick cave / Nature Boy

wolfganglaib-02

Stuifmeel drong vroeger als een kogel mijn lichaam binnen. Een vleugje inademen zorgde voor een niesbui, gevolgd door een verstopte neus die aanvoelde alsof er beton was ingegoten. De irritatie ging over in een pijn die als een op asfalt schrapende landbouwploeg mijn keel in repen leek te verdelen. Als ik naar adem begon te happen omdat mijn longen verslapten, wist ik dat de allergische aanval weer bijna was gepasseerd. Het in eenvoudige rechthoeken gelegde stuifmeel van Wolfgang Laib of zijn met bijenwas beklede gangen doen mijn zintuigen nu vele jaren later telkens een enorm plezier. Zijn zelf geoogste zaden branden felgeel op alle plaatsten waar hij ze neerlegt en de geur van zijn bijenwas doet denken aan de eerste lentedagen. Getoond in een museum blijft zijn kunst heel natuurlijk aanvoelen. In het MUHKA werd zijn stuifmeel in glazen potten getoond omdat het zich de eerste dagen van de tentoonstelling had verspreid over heel het museum.

baked-1990

Je wilt echt niet op je eentje terechtkomen in de schilderijen van Peter Doig. Of misschien wel? Ze hebben allemaal iets mistroostig over zich, een koude en eenzame uitgestrektheid. Maar de felle kleuren geven het iets subliem, aantrekkelijk mee. Ideaal om aan een museummuur te aanschouwen, zodat je vlug een stap achteruit kan doen als het schilderij je wilt meesleuren naar zijn bodemloze leegte.

Marc Chagall

Het lijkt of ik van 28 februari tot 28 juni op vakantie ben geweest. Naar een plaats met prachtige kleurencombinaties, waar de muziek als een zachte bries door de straten kronkelt, dromerige figuren door de lucht zweven en de maan de nachten doet glanzen. Het is de overzichtstentoonstelling van Marc Chagall in Brussel die ik de afgelopen tijd intens heb beleefd. Postkaarten tegen mijn muur zullen me altijd aan die vakantie naar het sprookjesland van Marc Chagall herinneren.

Zondag vliegen de schilderijen hun schepper achterna. Zoals de rondtrekkende Jood en koe in zijn werk is Marc Chagall ook van de ene naar de andere plaats getrokken. Naar Parijs om zijn schildersdroom na te jagen, andere keren op de vlucht voor   totalitaire regimes die zijn dromerige voorstellingen niet konden smaken. Tijdens de tweede wereldoorlog voor Hitler en nadien voor het communisme in zijn eigen Sovjet Unie.

 

g265_final_ok_72dpi_large@2x

 

Marc Chagall is in 1987 geboren in Vitebsk, het huidige Wit – Rusland. Houten huizen, met kaarsen verlichte kamers, rondtrekkende koeien en vioolspelers in dakgoten verwijzen naar zijn jeugdjaren. Deze bracht hij door in primitieve omstandigheden met een vader die haringvaten versleepte en een moeder die een kruidenierswinkel had. Toch slaagde zijn ouders erin om hem naar school te laten gaan. Toen hij daar voor de allereerste keer een afbeelding zag, zette hij alles in het werk om schilder te worden.

En een schilder is hij geworden. Hij was tot zijn 98 ook een liefdevolle echtgenoot, begripvolle vader, rouwende weduwnaar, gelukkige hertrouwer en een vluchtende Jood. Maar hij was dus vooral een schilder die al die vreugdevolle en pijnlijke momenten in zijn leven transformeerde naar iets magisch. In zijn schilderijen zie je de hoge vluchten en diepe dalen. Gevoelens die hij een plaats gaf door ze te schilderen.

 

g190_final_large@2x

 

In Brussel zie je goed hoe zijn werk zich ontwikkelde. In het begin heb je zijn kubistische en fauvistische werken, over het Jodendom, zijn geboortedorp en zijn familie. Geleidelijk aan vermengen die basiselementen zich tot zijn unieke stijl met prachtige kleurencombinaties, zwevende figuren en wederkerende verwijzingen.

Het zich herhalende patroon van zijn schilderijen zorgt ervoor dat je naar het einde van de tentoonstelling de betekenis van zijn doeken begrijpt, waardoor je je volledig kan overgeven aan het kijken zoals je ook naar een prachtig landschap kijkt, zonder je af te vragen wat er in godsnaam de bedoeling van is.

 

on-two-banks-1956

 

En dan zie je die bootjes opdoemen uit de felblauwe mist, muzikanten op de oevers van de Seine, de volle maan, nooit verwelkende bloemen, kaarsen van hoop en zwevende geliefden. Voor sommigen te kinderlijk, maar voor mij weerspiegelt het perfect mijn romantische inborst en kolkende gedachtewereld. Het spijt me als je het nog niet wist, maar als ik met iemand praat of alleen ben, is het niet enkel de stem van die ander of mijn innerlijke stem die ik hoor. In mijn gedachten hoor ik dan stemmen van nu en vroeger en zie ik beelden die ik met mijn eigen ogen heb gezien, ondertussen misschien verwrongen, vermengd met filmscènes en afbeeldingen uit boeken en tentoonstellingen. In mijn hoofd is het een kolkende massa van kleuren, beelden en woorden uit het heden en het verleden.

Zondagavond verspreiden de schilderijen van Marc Chagall zich vanuit Brussel naar alle hoeken van de wereld, maar de afgelopen maanden hebben ze een plaatsje gewonnen in mijn kolkende hoofd en zullen ze nog vaak aan de oppervlakte komen.

Dinska Bronska – Martha!tentatief (2014)

dinska bronska

Regelmatig  word ik voor een Rus aanzien. Vaak hebben ze me al in het Russisch aangesproken. En ik woon in de Karel van den Oeverstraat. Vernoemd naar de dichter van Dinska Bronska. Een gedicht over een Russisch meisje die haar vader achterna gaat, via Antwerpen naar Amerika.

Het Martha!tentatief heeft van dit verhaal een voorstelling gemaakt waarin beeld, dans en woord naadloos in elkaar overvloeien.

Terwijl op de achtergrond een animatiefilm de tocht van Dinska van daar naar hier in poëtische taferelen uitbeeldt, gaat een danseres hiermee in interactie. Ze verstopt zich voor een hoteluitbater, loopt weg van een agent, kruipt onder het projectiedoek door en laat het heen en weer zwieren om de woelige zeetocht via de Red Star Line uit te beelden. Ondertussen vertelt een ingesproken tekst van een twaalfjarig meisje het verhaal van Dinska.

Het is een universeel verhaal over tijd en ruimte heen. Je denkt tijdens de voorstelling aan kinderen uit Syrië of Iraq en ziet beelden van Antwerpen rond 1900 en van hedendaagse Amerikaanse steden.

Deze kindervoorstelling over vroeger en nu fascineert jong en oud met beeld, woord en dans.

De ringen van Saturnus – W.G. Sebald (1995)

 

cms_visual_55684.jpg_1380773276000_173x279 

De keuze is onuitputtelijk. Maar één van de slechtste menselijke eigenschappen lijkt me navelstaarderij: opgesloten zitten in je eigen gedachten. Een remedie hiertegen is W.G. Sebald lezen.

In ‘De ringen van Saturnus’ beschrijft hij zijn gedachten tijdens een meerdaagse wandeling door het graafschap Suffolk. Aanvankelijk focust hij vooral op het verval van deze ooit zo welvarende regio. In Dunwich slaagt hij er bijvoorbeeld niet in om resten te vinden van de bloeiende middeleeuwse haven. Door kusterosie zijn al de historische gebouwen in de Noordzee verdwenen.

Zijn mijmeringen brengen ons niet enkel terug in de tijd, maar ook naar andere continenten. Zo is de smalspoortrein tussen Halesworth en Southwold, waarvan de wagons oorspronkelijk bedoeld waren voor de Chinese keizer het begin van een hoofdstuk over de negentiende-eeuwse Chinese geschiedenis.

Deze associaties over tijd en ruimte heen, past Sebald ook toe op zijn eigen leven. Hoe komt het dat je in een ander mens jezelf ziet en zo niet jezelf, dan toch je voorganger? Dat ik drieëndertig jaar na Michael voor het eerst door de Engelse douane ging, dat ik nu overweeg mijn baan als docent op te geven zoals hij dat gedaan heeft, dat hij zich in Suffolk en ik me in Nortfolk afbeul met schrijven, dat we allebei twijfelen aan de zin van ons werk en dat we allebei aan een alcoholallergie lijden, dat is nog niet zo verwonderlijk. Maar waarom ik meteen bij mijn eerste bezoek aan Michael het gevoel kreeg dat ik in zijn huis woonde of er ooit had gewoond, en wel in alles precies zoals hij, dat kan ik niet verklaren…Zodra ik onder de mensen ben, heb ik het gevoel dat ik dit ergens al eerder heb meegemaakt hoe dezelfde meningen door dezelfde personen ten beste werden gegeven op precies dezelfde manier, met dezelfde woorden, zinswendingen en gebaren.

Al deze verbindingen die Sebald legt tussen gebeurtenissen en personen uit het heden en het verleden geven me zelf een gevoel van grote verbondenheid en empathie met de mensheid.

‘De strengen van allen zijn aaneengeschakeld in de tijd, snoervervlochten kabel van alle vlees.’ (James Joyce, Ulixes, 47)

 

 

 

Panamarenko Laboratorium (16/01 – 27/02/2015)

panamarenko laboratorium

‘Het gaat te veel over mij, laten we het terug over Panamarenko hebben.’

Aan het woord Hans Theys die in de Koninklijke Academie voor Schone Kunsten Antwerpen een tiental mensen rondleidt tussen ongepubliceerde tekeningen en een sculptuur van Panamarenko.

Hans Theys heeft deze tentoonstelling ‘Laboratorium Panamarenko’ zelf opgesteld. In het verleden hielp hij Panamarenko regelmatig met het vervaardigen van sculpturen. Hij kent de Antwerpenaar dan ook door en door en legt een interessante link tussen zijn werk en zijn ouders.

De vader van Panamarenko was een elektricien die in zijn vrije tijd op zolder aan alles en nog wat sleutelde. Zijn moeder was uiterst bedreven in het bewerken van textiel. In de werken van hun zoon komen deze elementen samen: zijn sculpturen hebben iets weg van over elkaar gelegde stoflappen die na de werkuren door een hobbyist zijn gemaakt.

Theys raakt helemaal op dreef wanneer hij de tentoonstelling ‘Panamarenko Universum’ in het MUHKA met de grond gelijk maakt. Ook het SMAK krijgt een veeg uit de pan voor de manier waarop ze het werk van Broodthaers presenteren. Volgens hem is er bij veel expo’s een overaanbod aan werken, waardoor je vaak herhalingen ziet die de kracht van het idee onderuit halen. Door zalen vol te stouwen met sculpturen, kan je er soms niet meer omheen lopen, terwijl ze  vanuit alle hoeken bezien moeten kunnen worden.

De werken van Panamarenko zijn het best vanaf links te bekijken. Dan kijk je in dezelfde richting als Panameranko tijdens het construeren. In zijn veel te kleine garage kon hij enkel werken vanuit een inham met zijn sculptuur rechts voor hem.

Waarom is de enige sculptuur in de ruimte dan met zijn rechterkant naar voor opgesteld? Wel, in de Lange Hal van de Academie hangt er rechts bovenaan een grote ventilator die ook zijn rol speelt bij de compositie van de tentoonstelling. Maar Theys staat open voor onze mening. Na het werk vanaf zijn goede kant getoond te hebben, besluiten we het te laten staan. Zo heb ik onmiddellijk mijn eerste hand in een tentoonstelling. Dat smaakt naar meer, want Hans Theys weet te inspireren … en Panamarenko natuurlijk ook.

Kunstenaar van het vlietende leven – Kazuo Ishiguro (1987)

kunstenaar van het vlietende leven

 

Misschien moeten jullie maar eens overwegen indien mogelijk in jullie vrije tijd eventueel ‘Een kunstenaar van het vlietende leven’ te lezen. In deze roman van Ishiguro ervaar je de communicatieverschillen met het Oosten en worstel je samen met het hoofdpersonage Ono met het Japanse oorlogsverleden.

‘Ik heb geen reden om aan te nemen dat uit een ontmoeting tussen ons beiden iets waardevols zou voortkomen. Ik dank u voor het beleefdheidsbezoek van onlangs, maar meen dat ik u in de toekomst niet meer met zulke verplichtingen mag belasten.’

Aan het woord Kuroda die door toedoen van Ono tijdens de tweede wereldoorlog is opgepakt en gemarteld wegens landonvriendelijke handelingen. Hij blijft onder de omstandigheden dus nog heel beleefd. Op enkele uitzonderingen na blijft iedereen beleefd tegen Ono, hoewel ze hem mijden.

Ono is een kunstschilder die voor WOII aan een steile opmars bezig was. Tijdens de wereldoorlog maakt hij propagandaprenten die onrechtstreeks vele Japanners de dood hebben ingejaagd. Vroeger wilde iedereen aan zijn tafeltje zitten in de overvolle cafés, maar nu dwaalt hij alleen rond in zijn vervallen huis en is hij de enige bezoeker van een café in een door bombardementen vervallen stadsdeel.

Omdat zijn dochter maar niet aan een huwelijkspartner komt en mogelijke kandidaten plotseling afhaken, komt zijn oorlogsverleden extra onder de aandacht. Hij worstelt hier mee, liegt tegen de lezer, verdraait zijn woorden, voelt zich onbegrepen, vraagt vergeving,… Maar is ook trots op vele dingen die hij heeft verwezenlijkt:

‘Als je slechts faalt waar het anderen aan moed of wilskracht heeft ontbroken om hetzelfde te doen, dan is dat een besef waaruit men troost – ja, zelfs een grote bevrediging – kan putten als men op zijn leven terugkijkt.’

Kunstenaar van het vlietende leven zet niet aan tot vlieten, maar tot nadenken over herinneringen, schuld, spijt, ouderdom en eenzaamheid.

 

 

 

Tender Is The Night – F. Scott Fitzgerald (1934)

tender is the night

Wat wens je bij het zien van een vallende ster? Aantrekkingskracht en  intelligentie? Deze troeven heeft de jonge Dick Diver. Toch eindigt hij troosteloos aan de drank. Tender is the night verhaalt over dit verval.

Hij en zijn steenrijke vrouw Nicole zijn de sterren van het Zuid – Franse mondaine leven. Ze oefenen een enorme aantrekkingskracht uit op hun omgeving. Onder andere op de Franse actrice Rosemary.

Begint Dick aan zijn neergang door met deze veel jongere vrouw een relatie aan te gaan? Of was hij al in zijn ongeluk gelopen door te huwen met de labiele Nicole?

Fitzgerald wist het zelf niet. Hij worstelde met het vertelperspectief en de volgorde van de hoofdstukken. In zijn eigen leven had hij te kampen met een alcoholprobleem en een psychologisch ingestorte vrouw. Het boek werd pas na zijn dood gepubliceerd in twee verschillende versies. Het ene boek begint met Nicole en het andere met Rosemary.

Ook Dick slaagt  er niet in om zijn boek af te ronden. Deze ooit zo briljante psychiater kan het geleidelijk aan niet meer opbrengen om zich in stille studie uit de roes van de gezelligheid terug te trekken. Hij stopt met onafhankelijk produceren en geeft zich helemaal aan het in groep consumeren. Hij kijkt niet meer naar de sterrenhemel, waar hij geen wensen meer aan heeft te geven en ziet uiteindelijk enkel nog de duistere nacht.

Panamarenko Universum – Muhka (3/10/2014 – 29/03/2015)

panamarenko universum

Met een zelfgemaakte transistorradio ontvangt Henri Van de Velde in 1958 een zender uit de toenmalige DDR. Gebogen over elektrische draadjes en gebricoleerde boxen hoort hij de naam van een Russische generaal. Hij wordt getroffen door de esthetische klank van Panamarenko en maakt er zijn pseudoniem van. In zijn bekende sculpturen combineert hij technische experimenten met artistieke inzichten.

Zijn carrière begint hij met collages en performances. Zo zorgt hij in 1968 met zijn actiegroep VAGA voor het autovrij maken van het Conscienceplein. In die periode durft de politie wat meer. Als reactie op spandoeken en borden voor een autovrij plein, blokkeren ze een aangrenzende straat zodat iedere wagen het Conscienceplein moet passeren. Het signaal voor VAGA om brutaler te worden. Niets vermoedend laat de politie een vrachtwagen passeren die zogezegd ijs aan een restaurant moet leveren. Maar onder de Carolus Borromeuskerk springen Panamarenko en zijn kompanen uit de vrachtwagen om een blokkade van reusachtige ijsblokken op te werpen. Enkele weken later wordt het Conscienceplein autovrij.

Vrijheid is een centraal begrip in het werk van Panamarenko. Hij verheft zich boven de grenzen van disciplines; is zowel wetenschapper, visionair, tekenaar als beeldhouwer. Maar om helemaal vrij te zijn, wil hij door de lucht vliegen, in de ruimte zweven en onder water duiken. Veel van zijn sculpturen vertrekken vanuit dit verlangen. Hij maakt berekeningen en verzamelt de nodige materialen. Maar als een motor er ondersteboven mooier uitziet, zal hij die ook zo construeren. De esthetische schoonheid staat voorop.

Zijn grote voorbeeld, Henri Miller, schrijft in Tropic of Cancer dat hij godzijdank verlost is van de Literatuur en gewoon boeken kan schrijven. Panamarenko maakt gewoon sculpturen om onder water, over land, door de lucht en naar de ruimte te reizen. Verder dan musea geraakt hij er echter niet mee. Maar daar vertoeven zijn prachtig geconstrueerde machines het best. Samen met zijn tekeningen en handgeschreven berekeningen vormen ze in het MUHKA een ode aan de vrijheid.

Als een brandend huis – Antonio Lobos Antunes (2014)

 

Basis CMYK

‘Toen ik thuis kwam verwachtte ik een verassing en er wachtte me geen verrassing, dus was ik natuurlijk verrast.’ Wittgenstein

Zelden word ik door iets totaal nieuws verrast. Radiohead en Abbatoir Fermé hebben me al een aantal keer van mijn sokken geblazen. Ook de Portugese schrijver Antonio Lobos Antunes geeft mij dat fantastische gevoel keer op keer.

Meestal schrijft hij over oudere Portugezen die een rol hebben gespeeld in het koloniale verleden, de Anjerrevolutie, de dictatuur van Salazar of de onafhankelijkheidsoorlog in Angola, waar hij als jonge man ook aan heeft deelgenomen.

We leren de personages kennen door innerlijke monologen, bestaande uit dialogen, gedachten en zinsflarden uit het verleden en het heden, zodat een bizar soort gelijktijdigheid ontstaat. De enige leidraad die je als lezer hebt zijn sporadisch terugkerende zinnen en beelden. Verder vertoef je helemaal gedesoriënteerd in het hoofd van de personages.

Antonio Lobos Antunes geeft met zijn verteltechniek perfect mijn eigen gedachten weer. Mijn handelingen worden ook bepaald door een wirwar van luid en zacht klinkende stemmen uit al mijn verschillende levensperiodes.

Als een brandend huis beschrijft het reilen en zeilen van acht mensen in een appartementsblok in Lissabon. In ieder hoofdstuk is de bewoner van een ander appartement aan het woord: een ex – militair die in Angola heeft gevochten, een lage ambtenaar onder Salazar, in de jaren dertig uit Duitsland gevluchte joden, een vrouwelijke rechter, een actrice, een kantoorjuffrouw en een dronkaard. Naast hun eigen woordenbrij sluipen in dit verhaal ook de stemmen, het gebrul en geschreeuw van de andere bewoners binnen in de verschillende innerlijke monologen.

Ook nu weer is er na de eerste hoofdstukken geen twijfel mogelijk over de beste schrijver allertijden. Maar geleidelijk aan verslapt mijn aandacht en heb ik soms geen enkel idee meer waar al die stemmen vandaan komen.

Ik kijk er naar uit om zijn boeken ooit in volle concentratie van het begin tot het einde te lezen. De ultieme leeservaring! Het zal met één van de boeken moeten gebeuren die hij al heeft geschreven. Als een brandend huis is namelijk het sluitstuk van zijn indrukwekkende schrijverscarrière. Gelukkig blijft elk boek bij elke nieuwe leesbeurt weer verrassen.